Aanpak

Voorwoord
De eerste georganiseerde brandweerkorpsen zijn gevormd in de vroege 19de eeuw.
In België
Zijn er 250 brandweerkorpsen waar 11.000 vrijwilligers en 5.000 beroepsmensen actief zijn.
Toekomst
Om te vermijden dat de brandweer een bocht van 180° moet nemen, kunnen de 34 nieuwe hulpverleningszones de verschillende posten laten samenwerken.

 

Eerst redden, dan blussen !

Bij een binnenbrand met slachtoffers aanwezig in de woning zegt onze huidige doctrine dat redding voorgaat op blussing. Deze doctrine is heel oud. Ze wordt al eeuwen toegepast door brandweerkorpsen over de hele wereld.

Oorsprong & doctrine

De eerste georganiseerde brandweerkorpsen zijn gevormd in de vroege 19de eeuw. Tot dan was brandbestrijding een zaak van de gemeenschap.

Er werd een rij gevormd met emmers om water tot bij de brand te krijgen. Hiertoe werd voornamelijk beroep gedaan op de bevolking.

Vanaf het moment dat er echte brandweerkorpsen werden gevormd werden ook mensen aangesteld om leiding te geven tijdens de interventies.

Net zoals nu was mensenlevens redden het hoogste doel. De eerste georganiseerde brandweerkorpsen werden opgericht in de grote steden. Daar werd men regelmatig geconfronteerd met gebouwen met meerdere verdiepingen.

Bij aankomst gebeurde het al eens dat de bewoners van de verdiepingen boven het gelijkvloers aan de ramen stonden of op balkon gevlucht waren.

Men besefte al vlug dat het efficiënter was om eerst deze mensen met handladders te redden en daarna aan de bluswerken te beginnen.

Eerst redden, dan blussen is sedertdien de doctrine, de standaardwerkwijze van de brandweer geweest. Eigenlijk bedoelde men: "Eerst de mensen redden die te redden zijn met ladders via de gevels van het gebouw". Dit is echter wat lang om te gebruiken als slagzin, dus werd het "Eerst redden, dan blussen.

Is er dan niets veranderd?

Op het moment van het invoeren van de doctrine deden de brandweerlui met handladders eerst de redding van de bewoners die aan vensters of op balkons stonden. Daarna ginggen ze naar binnen om te blussen. Ze konden echter niet ver naar binnen gaan.

Als het te warm was of er was teveel rook konden ze niet verder. In de loop van de vorige eeuw heeft de brandweer een grote technische evolutie meegemaakt.

De kledij werd drastisch verbeterd, daarnaast werd het gebruik van persluchttoestellen ingeburgerd. Dit liet toe dat brandweermannen brandende gebouwen binnengingen.

Voor het eerst werd het mogelijk om zich te begeven in ruimtes waar de overlevingskansen beperkt waren door grote hoeveelheden rook en warmte. Brandweermannen begonnen ook binnen reddingen uit te voeren. Deze evolutie leidde tot het redden van meer levens.

Huidige situatie

Huizen worden steeds beter geisoleerd. Het gevolg hiervan is dat het brandgedrag veranderd is. De ondergeventileerde brand deed zijn intrede. Branden reageren nu soms anders op ventilatie dan vroeger

Nu hebben we dus brandweerlui die materieel en beschermingsmiddelen hebben om bij brand naar binnen te gaan terwijl de brand veel gevaarlijker geworden is. Hiermee zijn we terug aangekomen bij het beginpunt !

Gaan we naar binnen om de slachtoffers te zoeken of gaan we eerst de brand blussen?

Nieuwe doctrie: First put the fire out!

Steeds meer wordt de brandweer geconfronteerd met ondergeventileerde branden. Daar is het vermogen van de brand beperkt door het gebrek aan zuurstof.

Er zijn veel rookgassen aanwezig. Overleveningskansen van bewoners in het lokaal zijn beperkt.De giftige gassen worden geproduceerd door de brand. Zolang het brandt, zal de situatie erger worden doordat de cocentratie aan rookgassen stijgt.

Netwerk van posten

Heel wat mensen zullen steigeren bij het lezen van bovenstaande stellingen. Ze staan immers loodrecht op de huidige doctrine. Om te vermijden dat de brandweer een bocht van 180° moet nemen, kunnen de nieuwe hulpverleningszones de verschillende posten laten samenwerken.

De autopomp die eerst aankomt kan dan de blussing inzetten. Zodra de tweede autopomp aangekomen is kan die met de redding beginnen. Een andere optie bij bepaalde branden is dat de bemanning van de eerste autopomp eerst een aanvalslijn aflegt.

Vervolgens kan het duo dat normaal voor de watervoorziening moet zorgen de redding starten. Het spreekt voor zich dat een dergelijke benadering enkel mogelijk is wanneer er zes bemanningsleden op de autopomp zitten, dit zal voortaan steeds de minimum uitruk zijn). Er dient ook zekerheid te bestaan dat de tweede autopomp uitgerukt is.

De bemanning van de eerste autopomp wordt verdeeld in een aanvalsploeg en een reddingsploeg van elk twee brandweermannen, een chauffeur-pompbedienaar en een bevelvoerder. Het is ook erg belangrijk dat beide duo's goed opgeleid en getraind zijn en dat er minstens één iemand per duo is die behoorlijk wat ervaring heeft.

Beide taken blussing en redding zijn namelijk erg risicovol zonder dat er een back-up aanwezig is Een laatste belangrijk aspect waar rekenng mee moet gehouden worden is, dat men dit soort actie uitvoert met de inhoud van de watertank van de autopomp.

De tweede autopomp dient dus zo snel mogelijk ter plaatse te zijn om de watervoorziening op te bouwen en back-up te leveren.

Wist je dat ...

  • Door de brand te blussen, zal de concentratie van rookgassen stabiel blijven en zelfs door ventilatie gaan afnemen.
  • Hierdoor verbeter je dus de overlevingskansen van de slachtoffers.
  • Met behulp van een warmtebeeldcamera kan je de stroming in de rookgassen bekijken waar er hogere temperaturen zijn. Zo kan je de richting bepalen waar je de brand kan vinden.

Contacteer ons

  • Algemeen nummer: 015/ 280 280
  • Dringende interventie: 112
  • Fax: 015/ 21 97 90
  • brandweer Mechelen