• Van robots naar denkende brandweermensen

    Opleiding brandweerman begin jaren 2000

    In het begin van de jaren 2000 was de opleiding 'brandweerman' nog beperkt tot 90 uur, vandaag is dat 130 u.

    Een deel van het lessenpakket werd besteed aan het aflegsysteem. Daarbij werd typisch uitgegaan van een bemanning van zes mensen op de autopomp: één chauffeur-pompbedienaar, één bevelvoerder en vier brandweerlui.

    Er werd ons geleerd hoe we een hoge drukslang moesten afleggen. Ook het afleggen van twee leidingen van 45 mm kwam aan bod.

    In beide aflegsystemen (hoge en lage druk) waren er constantes. Er werd zowel een aanvalslijn als een voedingslijn getrokken.

    Een tweede item dat behouden bleef, is dat de lansdragers op het einde van de oefening rechtstaand water aan het verspuiten waren.

    Meestal gebeurde dit met een volle straal.

    "Iets wat toen een constante was, is dat er altijd een aanvalslijn en een voedingslijn werd getrokken"

    In de huidige cursus "brandweerman" wordt veel meer tijd besteed aan het aflegsysteem. In Mechelen kennen we aflegsystemen voor één HD, twee HD's, lage druk 45, lage druk 70, O-bundels, afleggen van leiding op de ladder ...

    Er wordt heel veel geoefend en dat werpt in de praktijk zijn vruchten af. Er komen zo ook meer automatismen en iedereen kent zijn taak, zodat er op de plaats van interventie bijna blindelings kan gewerkt worden zonder al te veel bevelen te geven.

    Kritische bedenkingen

    Rechtstaand water verspuiten?

    We zijn tot de conclusie gekomen dat we hiermee onbewust een verkeerde boodschap meegeven. Rekruten komen als een wit onbeschreven blad binnen bij de brandweer.

    Als wij hen continu rechtstaand water laten verspuiten dan krijgen ze het idee dat blussen rechtstaand gebeurt, en dat dit gebeurt met een continu volle straal.

    Eigenlijk is het ook niet verwonderlijk dat we op interventies rechtstaande brandweerlui aantroffen op de overloop van een trap. Brandweerlui die rechtstonden in een dikke, hete rooklaag terwijl er één meter lager vrij goede zichtbaarheid is en er koelere omstandigheden zijn.

    Brandweerlui werden tijdens de basisopleiding immers geleerd om zo branden te bestrijden.

    Binnenbrandbestrijding

    "Bij uitleg over straalpijptechnieken wordt zoveel mogelijk les gegeven in gehurkte positie"

    Hier wordt meer van onze brandweerlui gevraagd. Ze moeten kijken, observeren, zich een idee vormen van de omgeving waarin ze zitten.

    De lansdrager moet hierop adequaat reageren door rookgassen te koelen. Hij dient de lengte (short-long) van zijn pulsen aan te passen aan de situatie, alsook de hoek die zijn straalpijp maakt met de grond en de kegelhoek.

    Deze aanvalsploeg dient te vorderen met de slang, deuren te passeren en de vuurhaard aan te vallen. Dit zal meestal niet rechtop gebeuren en meestal ook niet met een volle straal.

    Sedert enige tijd wordt aan rekruten gevraagd om op het einde van de oefening 'afleggen van leidingen', straalpijptechnieken te oefenen. Deze twee aspecten zijn namelijk op een logische manier met elkaar verbonden.

    Eerst leg je de leiding af en vervolgens ga je binnen vorderen. Bij de uitleg over straalpijptechnieken wordt zoveel mogelijk les gegeven in een gehurkte positie.

    Compartment Fire Behavior Training Karel Lambert

     

  • De fetisj "voeding leggen"

    De brandweer heeft een snelle evolutie meegemaakt in de afgelopen 10 jaar.

    Tien jaar geleden werden brandweerlui opgeleid zonder dat ze konden oefenen met echt vuur. Dit behoort gelukkig tot het verleden.

    Tien jaar geleden kwam het onderwerp straalpijptechnieken niet aan bod in de cursus.

    De opleiding "stopte" nadat de lans kon geopend worden. Het spreekt voor zich dat dergelijke brandweerlui niet erg efficiënt omsprongen met hun bluswater.

    Gelukkig zijn er de voorbije jaren grote stappen gezet inzake de opleidngskwaliteit. Vorig jaar liep er in een korps iets grondig fout bij het alarmeren van het personeel.

    Een autopomp vertrok niet volledig bemand naar een schoorsteenbrand. De schoorsteenbrand bleek ter plaatse een pre-flashover kamerbrand te zijn.

    Drie brandweervrijwilligers (waaronder twee stagiar-brandweermannen die net de opleiding afgerond hadden), startten een binnenaanval, "And they kicked".

    De brandweerman met wat meer ervaring (maar met een gebrekkige opleiding van vroeger), nam de warmtebeeldcamera ter hand. De twee jongelingen koelden de rookgassen, er werd gevorderd, de brandhaard werd gevonden en de brand werd geblust volgens het boekje!

    Hoewel het niet wenselijk is dat onervaren stagiars zonder ervaren (onder)officier een binnenaanval doen in gevaarlijke omstandigheden, toont dit verhaal dat de kwaliteit van de opleiding veel verbeterd is.

    Deze betere opleiding maakt dat we vandaag anders naar brandweeroptreden kijken. Denk aan een situatie waarbij de brandweer aankomt bij een rijwoning.

    De woning telt meerdere bouwlagen (gelijkvloers en enkele verdiepingen). De brand in de kamer aan de straatzijde op het gelijkvloers is volontwikkeld. De vlammen slaan door een groot raam naar buiten.

    In de rest van het gelijkvloers is er erg veel hete rook maar nog geen branduitbreiding. Stel dat een brandweerman meer "dan 100 liter water nodig heeft" om deze brand neer te slaan (en vervolgens de nablussing te beginnen).

    Beschouwen we zo iemand als een goede brandweerman? Een goed getraind brandweerman moet erin slagen om knock-down te realiseren in een kamer van 15 à 20 vierkante meter met minder dan 100 liter water. ↵

    De brandweer komt bij dergeljke interventies aan met een autopomp met een tank van 2.500 liter water. Dit zijn interventies waarover we vinden dat 100 liter water genoeg moet zijn om het probleem op te lossen.

    En toch gaan twee mensen zo snel mogelijk een voeding leggen. Toch kiezen we ervoor om onze beperkte mankracht in te zetten voor een taak die meestal nutteloos is.

     

  • Voorbeeld

    De brandweer wordt geconfronteerd met een kelderbrand in een kasteel. De eerste ploeg is snel ter plaatse en valt het vuur aan met twee hogedruklijnen. Het kasteel ligt ingesloten in een groot park. Terwijl het grootste deel van de ploeg bezig is met de verkenning en het bestrijden van de brand, is de rest bezig met het afleggen van de voeding.

    De bevelvoerder roept snel een tankwagen in versterking. Hij weet dat de voeding leggen hier even kan duren, 100 m voedingslijn tot aan de hydrant is hier geen uitzondering.

    "Een goed getraind brandweerman moet erin slagen om knock-down te realiseren in een kamer van 15 à 20 m² met minder dan 100 liter water"

    Terwijl de tweede ploeg ter plaatse komt is de brandbestrijding volop bezig. De voedingslijn is echter nog niet klaar. Opdat moment is de tank van de autopomp halfvol. Er is dus nog 1250 liter water over.

    De tweede autopomp wordt gebruikt om de eerste te voeden in afwachting van de voedingslijn van de tankwagen.

    Bij deze interventie is het dus niet nodig om zich zorgen te maken over de voeding. Anders gezegd; er werd teveel aandacht besteed aan de voeding.

    Op deze interventie vormde dat geen probleem, het was immers een onbewoond kasteel en het was nacht. De ploeg legde twee HD leidingen af en heeft erg professioneel gehandeld.

    Er waren niet direct andere belangrijke taken behalve blussen en de voeding leggen.

    Maar ... wat als ?

    Er in het kasteel mensen gered dienen te worden? In dergelijke gevallen wordt de redding uitgesteld ten voordele van een voedingslijn die meestal geen meerwaarde heeft. De brandweer presteert vaak suboptimaal omdat er één duo gebruikt wordt om de autopomp te voeden terwijl andere taken kritischer zijn.

    Wil dit zeggen dat er nooit nog voeding mag afgelegd worden als prioriteit? Neen, brandbestrijding is immers geen zwart-wit verhaal.

    Een goede manier om het te stellen is dat voeding afgelegd wordt door mensen van de voertuigen die later ter plaatse komen, behalve in een beperkt aantal uitzonderingen.

     

  • De denkende brandweer

    Mensen doen dingen omdat ze het zo geleerd hebben en omdat ze het altijd zo gedaan hebben. De omstandigheden zijn veranderd maar de brandweer is niet mee veranderd.

    Omstandigheden blijven veranderen, onze maatschappij evolueert en wij stellen onszelf veel te weinig in vraag. Daarom is een overgang nodig van de robot-brandweer naar de denkende brandweer.

    Het afstappen van het systematisch leggen van een voeding is daar een voorbeeld van. Het vervangen van het woord SOP (standard operatie procedure) in SOG (standard operatie guideline) in de Angelsaksische wereld is daar een ander voorbeeld van.

    Tactische keuzes bij brandbestrijding moeten gezien worden als een ladekast. De bovenste lade is zeker "de eerste aanvalslijn". In 90 % van de gevallen is dit immers de beste tactische keuze zijn.

    De ploeg zal daarmee aan de slag gaan en eenmaal de eerste aanvalslijn afgelegd is, dient de bevelvoerder te beslissen wat hij met het tweede duo zal aanvangen.

    Dit kunnen zijn: tweede aanvalslijn, back-up ploeg, ventilatie, voeding, search & rescue, opzetten logistiek, slachtoffers opvangen, medische ploegen bijstaan, persluchtregistratie ...

    Op die manier wordt brandweer slagkrachtiger en efficiënter.

    Iedereen moet op zijn niveau meedenken over de uitvoering van zijn opdracht. Men dient achteraf een debriefing te houden, waar kennis en ervaring gedeeld moeten worden.

    We worden er een betere brandweer door!

     

Wist je dat ...

  • In het begin van de jaren 2000 was de opleiding 'brandweerman' nog beperkt tot 90 u, vandaag is dat 130 u
  • Een goed getraind brandweerman moet erin slagen om knock-down te realiseren in een kamer van 15 à 20 m² met minder dan 100 liter water

Contacteer ons

  • Algemeen nummer: 015/ 280 280
  • Dringende interventie: 112
  • Fax: 015/ 21 97 90
  • brandweer Mechelen