RSS nieuws - Sitemap

GEVI = GEVarenIdentificatienummer

GEVI nr

Het identificatienummer van het gevaar bestaat uit twee of drie cijfers. Het eerste cijfer van 2 tot 8 duidt op het hoofdgevaar. Het tweede en derde cijfer van 2 tot 9 bepaalt het nevengevaar.

Deze cijfers lopen parallel met de indeling in de gevarenklassen. Alleen het cijfer 9 vormt een uitzondering op deze regel.

De verdubbeling van een cijfer duidt op een toespitsing van het hoofdgevaar. Wanneer het gevaar van een stof op afdoende wijze kan worden weergegeven met één enkel cijfer, dan wordt aan dit cijfer een nul toegevoegd.

Sommige cijfercombinaties hebben een speciale betekenis. Wanneer het gevaarsidentificatienummer voorafgegaan wordt door de letter X betekent dit dat de stof op een gevaarlijke wijze met water reageert.

Op de oranje ADR-schilden wordt de Kemier-code in de bovenste rechthoek aangebracht. In de onderste rechthoek treft men het UNO-identificatienummer aan.

De gevaarlijke goederen worden ingedeeld in 13 verschillende klassen al naargelang het soort gevaar dat uitgaat van deze gevaarlijke stoffen. Bij een combinatie van gevaarlijke eigenschappen (bv: giftig en brandbaar) wordt de stof ingedeeld bij die klasse die het grootste gevaar vertegenwoordigt tijdens het transport. De klasse wordt niet op het vervoerdocument vermeld.

De classificatiecode

ADRAlle klassen worden nog eens onderverdeeld in verschillende categoriën van producten. Ieder van deze categoriën is gekenmerkt door een CLASSIFICATIECODE. De classificatiecode moet niet vermeld worden op het vervoerdocument.

De classificatiecodes van de goederen van klasse 2, 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 6.1, 6.2, 8 en 9 bestaan uit één of meerdere letters, al dan niet aangevuld door cijfers *.

Deze letters verwijzen naar het risico dat de goederen vertegenwoordigen. Indien een product meerdere gevaarlijke eigenschappen heeft, komen in de classificatiecode de overeenstemmende letters allemaal samen voor ( bv: TOC )

  • A - Verstikkend
  • C - Bijtend
  • D - Ontplofbare stof in niet explosieve toestand
  • F - Brandbaar
  • I - Infectueus, besmettelijk
  • O - Oxiderend
  • P - Organisch peroxide
  • S - Voor zelfontbranding vatbaar
  • SR - Zelfontledend
  • T - Giftig
  • W - Ontwikkeld in contact met water brandbare gassen
  • M - Divers gevaar, anders dan voorgaande

DE VERPAKKINGSGROEPEN:

In de klasse 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 6.1, 6.2, 8 en 9** worden de meeste stoffen bovendien opgesplitst in drie andere groepen, in functie van de grootte van het gevaar dat ze vertegenwoordigen. Omdat deze indeling volgens de grootte van het gevaar ook gebruikt wordt om de vereiste kwaliteit van de verpakkingen vast te leggen worden deze groepen verpakkingsgroepen genoemd.

Verpakkingsgroepen worden aangeduid met een Romeins cijfer, I II of III. Indien een gevaarlijk product een verpakkingsgroep heeft moet deze altijd op het vervoerdocument vermeld worden.

  • I - betekent : zeer gevaarlijk
  • II - betekent : gevaarlijk
  • III - betekent : minder gevaarlijk

Uitzicht en betekenis van de schilden

Rechthoekige oranje schilden van 40 op 30 cm met een zwarte boord van 15mm. Het gebruikte materiaal moet weerbestendig zijn en duurzame signalisatie garanderen. Het schild mag niet loskomen van zijn bevestiging wanneer het gedurende 15 min omsloten is door een brand.

Wanneer het oranje schild aangebracht is op neerklapbare borden, moeten deze zodanig ontworpen en vastgezet zijn dat ze tijdens het transport niet kunnen neerklappen of loskomen van hun houder. Oranje schilden zijn VEREIST tijdens het transport van ALLE gevaarlijke stoffen indien de vrijstellingsgrenzen overschreden zijn, ongeacht hun vervoerswijze of het MTM van het voertuig.

Er zijn twee soorten: "Leeg" oranje schlden

Oranje schild met nummers (de nummers moeten onuitwisbaar zijn en in geval van brand minstens 15 minuten leesbaar blijven, verwisselbare nummers moeten op hun plaats blijven ongeacht de oriëntatie van het voertuig). Bovenste nummers: identificatienummer van het gevaar (altijd 2 of 3 cijfers).

Onderste nummers: identificatienummer van het product = Un-nummer (altijd 4 cijfers).

Betekenis van het identificatienummer van het gevaar

EERSTE cijfer van het nummer van het gevaar:

  • 2 - gas - klasse 2
  • 3 - brandbare vloeistof - klasse 3
  • 4 - brandbare vaste stof, zelfontledende of voor zelfontbranding vatbare stof, of stof die in contact met water gevaarlijke gassen ontwikkelt - klasse 4.1, 4.2, 4.3
  • 5 - oxiderende (brandbevorderende) stof of organisch peroxide - klasse 5.1, 5.2
  • 6 - giftige stof - klasse 6
  • 7 - radioactieve stof - klasse 7
  • 8 - bijtende (corrosieve) stof - klasse 8
  • 9 - stof met andere gevaarlijke eigenschap - klasse 9

Let op: het gevarennummer voor vloeistoffen van klasse 4.2 en 4.3 kan ook beginnen met cijfer 3.

TWEEDE OF DERDE cijfer van het nummer van het gevaar:

  • 0 - geen betekenis, wordt gebruikt als aanvulling omdat het gevarennummer ALTIJD uit 2 cijfers moet bestaan.
  • 2 - reageert met water waardoor gassen vrijkomen
  • 3 - brandbaarheid
  • 4 - vast, brandbaar of voor zelfverhitting vatbaar
  • 5 - verbranding bevorderende eigenschappen
  • 6 - giftigheid
  • 7 - radioactief
  • 8 - corrosiviteit
  • 9 - gevaar voor hevige spontane reactie

Indien de eerste twee cijfers hetzelfde zijn duidt dit meestal op een toespitsing van het hoofdgevaar, voorbeeld:

  • 33 betekent: zeer brandbare vloeistof
  • 88 betekent: zeer corrosieve stof

Indien het gevarennummer voorafgegaan wordt door de letter "X" betekent dit dat de stof op een gevaarlijke manier reageert met water.

een aantal combinaties hebben een speciale betekenis, voorbeeld:

  • 22 betekent: sterk gekoeld vloeibaar gemaakt gas
  • 99 betekent: warm vervoerde stof (pek)
  • 333 betekent: pyrofore (voor zelfontbranding vatbare) vloeistof

Een lijst van de combinaties met speciale betekenis kan je hier bekijken !