RSS nieuws - Sitemap

Indeling van de klassen

De gevaarlijke goederen worden ingedeeld in 13 verschillende klassen al naargelang het soort gevaar dat uitgaat van deze gevaarlijke stoffen.

Bij een combinatie van gevaarlijke eigenschappen (bv: giftig en brandbaar) wordt de stof ingedeeld bij die klasse die het grootste gevaar vertegenwoordigt tijdens het transport.

De klasse wordt niet op het vervoerdocument vermeld.

De klasse van elk gevaarlijk product kan men terugvinden via:

lijst gevaarlijke stoffen.

Ontplofbare stoffen en voorwerpen

Dit zijn vooral voorwerpen eventueel met het ontstekingsmechanisme apart. Het grootste gevaar binnen klasse 1 is het gevaar voor massa - explosie.

Hiermee wordt een explosie bedoeld die praktisch op hetzelfde moment in de gehele lading plaatsvindt. Binnen klasse 1 kent men subklassen en onafhankelijk van de subklassen compatibiliteitsgroepen.

Voorbeelden: dynamiet, vuurwerk, munitie ...

Gassen

Gassen hebben een veel lagere dichtheid dan vloeistoffen en nemen dan ook veel plaats in. Een bepaald volume van een gas weegt veel minder dan hetzelfde volume vloeistof of vaste stof. Om ze te vervoeren worden ze samengeperst, gekoeld of opgelost verpakt.

Voorbeelden: waterstof, helium, zuurstof, methaan, ammoniak ...

Brandbare vloeistoffen

Brandbare vloeistoffen zijn overeenkomstig onderdeel van de definitie "vloeistof" in artikel 1.2.1 van het ADR (2011), en bij 50 graden celcius een dampdruk hebben van ten hoogste 300 kPa (3 bar) en bij 20 graden celcius en een standaarddruk van 101.3 kPa niet volledig gasvormig zijn. Een vlampunt hebben van ten hoogste 60 graden celcius.

Voorbeelden: benzine, stookolie, terpentijn, tolueen, ethanol, white spirit, ...

Brandbare vaste stof

klasse 4.1Brandbare vaste stoffen zijn gemakkelijk ontbrandbare vaste stoffen en vaste stoffen die door wrijving kunnen ontbranden.

Het zijn korrelvormige, poedervormige of pastavormige stoffen die gevaarlijk zijn indien ze makkelijk vuur vatten door kortstondig contact met een ontstekingsbron en indien de vlam zich snel uitbreidt.

Voorbeelden: houtzaagsel, papierafval, stro, zwavel, rode fosfor, rubberpoeder, naftaline, ...

Voor zelfontbranding vatbare stof

De omschrijving zegt het al: Deze stoffen kunnen zonder ontstekingsbron met zuurstof uit de lucht tot ontbranding komen. Er moeten daarom bijzonder eisen aan verpakking en aan veiligheidsmaatregelen gesteld worden.

Voorbeelden: witte fosfor, aluminium, zink, met vet doordrenkte weefsels, magnesium, natriumsulfide, ...

Stoffen die in contact met water brandbare gassen afgeven

Stoffen, die als gevolg van een reactie met water brandbare gassen ontwikkelen, die met lucht ontplofbare mengsels kunnen vormen, alsmede dergelijke voorwerpen, moeten worden ingedeeld in klasse 4.3.

Bepaalde stoffen kunnen in contact met water brand-bare gassen ontwikkelen die met lucht explosieve mengsels kunnen vormen. Dergelijke mengsels worden gemakkelijk ontstoken door alle normale ontstekingsbronnen, bijv. onbeschermde lichtbronnen, handgereedschap dat vonken afgeeft of onbeschermde gloeilampen. De schokgolf die daarvan het gevolg is en de vlam kunnen personen en het milieu in gevaar brengen.

Voorbeelden: natrium, kalium, natriumsulfide, ...

Oxiderende stoffen

Stoffen van klasse 5.1 worden ook wel zuurstofdragers genoemd. Bij verwarming van deze gevaarlijke stoffen zal zuurstof vrijkomen. Deze zuurstof kan dan met een brandbare stof een reactie aangaan en zo een zeer felle, moeilijk te bestrijden brand veroorzaken. Branden met stoffen uit deze klasse kunnen alleen geblust worden door afkoeling met bijvoorbeeld veel water of koolzuursneeuw.

Voorbeelden: waterstofperoxide, ammoniumnitraat, natriumnitraat, perchcloorzuur, ...

Organische peroxiden

Populair uitgedrukt zou men kunnen zeggen dat organische peroxydes zichzelf in de staart kunnen bijten. Ze bevatten een zuurstofdeel en een brandbaar deel, waardoor ze chemisch instabiel zijn. Door stoffen te verdunnen of door de temperatuur laag te houden zijn ze te vervoeren en te bewaren. Organische peroxydes zijn meestal hulpstoffen voor de kunststoffenindustrie.

Voorbeelden: meststoffen, benzoylperoxide, methylethylketonperoxide, ...

Giftige stoffen

Dit zijn stoffen, waarvan uit ervaring bekend is of waarvan na experimenten op proefdieren kan worden aangenomen, dat zij in relatief geringe hoeveelheid door een eenmalige of kortstondige inwerking bij inademing, opname door de huid of inslikken de gezondheid van de mens kunnen schaden of de dood kunnen veroorzaken.

Voorbeelden: blauwzuur, cynaniden, fenol, acetaten, loodoxiden, ...

Infectueuze stoffen

In klasse 6.2 zijn infectueuze stoffen opgenomen. Dit zijn stoffen waarvan bekend is of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij ziekteverwekkers, zoals micro-organismen (met inbegrip van bacteriën, virussen, rickettsia, parasieten en schimmels) en andere verwekkers als prionen, die ziekten veroorzaken bij mensen of dieren, bevatten.

Voorbeelden: ziekenhuisafval, virussen, bacteriën, ...

Radioactieve stoffen

Radioactiviteit is de eigenschap van enkele stoffen om spontaan energie in de vorm van onzichtbare straling uit te zenden. Er zijn vier soorten straling: alfa, beta, gamma en neutronenstraling.

Voorbeelden: isotopen, uraan, thorium, uraanhexafluoride, ...

Corrosieve stoffen

Bijtende stoffen zijn stoffen die door hun chemische werking het epitheelweefsel (de bovenste laag) van de huid of de slijmvliezen, waarmee zij in aanraking komen, aantasten, of die in geval van lekkage schade aan andere goederen of vervoermiddelen kunnen veroorzaken of deze kunnen vernielen, en die tevens aanleiding kunnen geven tot andere gevaren.

Voorbeelden: zwavelzuur, amoniak, hydrazine, azijnzuur, fosforzuur, ammoniakoplossingen, ...

Diverse gevaarlijke stoffen

Klasse 9 omvat stoffen en voorwerpen die tijdens het vervoer een gevaar opleveren, dat niet onder de omschrijvingen van andere klassen valt. Stoffen die bij inademing als fijn stof de gezondheid in gevaar kunnen brengen. Ze ziijn onderverdeeld in: stoffen en apparaten, die in geval van brand dioxines kunnen doen ontstaan, stoffen die brandbare dampen ontwikkele, lithiumbatterijen en reinigingsmiddelen.

Voorbeelden: asbest, PCB's, transfo's, Askarel, polymeren, verwarmde pek, ...

Milieugevaarlijke stoffen

Deze omvatten onder andere vloeibare of vaste stoffen die het aquatisch milieu verontreinigen en oplossingen en mengsels van deze stoffen.

De stoffen van klassen 1 tem 9 die voldoen aan de criteria van 2.2.9.1.10 met uitzondering van de UN nummers 3077 of 3082, worden naast de gevaren van de klassen 1 tem 9 die ze hebben, bovendien aanzien als milieugevaarlijk.

De bepalingen van 5.3.1 zijn van toepassing op het merkteken. Het merkteken milieugevaarlijke stof moet aangebracht worden op omsluitingen, tanks en tankcontainers indien zij UN nummer 3077 of UN nummer 3082 bevatten en bij andere gevaarlijke stoffen indien hun MSDS melding maakt van R50, R50/53 of R51/53 -zin.

Het merkteken "milieugevaarlijke stof" moet aangebracht worden naast het UN nummer.

Wanneer conform de bepalingen van 5.3.1 een groot etiket aangebracht moet worden dienen de containers, MEGC's, tankcontainers, mobiele tanks en voertuigen die milieugevaarlijke stoffen bevatten voorzien te zijn van het merkteken "milieugevaarlijke stof".