• A.D.R staat voor ...

    Het goederenvervoer in en door België gebeurt grotendeels over de weg.

    Gezien het economisch belang van de chemische industrie, maakt het transport van gevaarlijke goederen een wezenlijk aandeel uit van deze goederenstroom, ook per spoor, over binnenwateren, over zee en door de lucht.

    Het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg is onderworpen aan de voorschriften van het ADR.

    De federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer is bevoegd voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, met uitzondering van de klasse 1 (explosieven) en klasse 7 (radioactieven).

    Verder kan, zeker voor het wegvervoer, onderscheid gemaakt worden: vervoer op de openbare weg, vervoer op het eigen bedrijfsterrein en vervoer op het terrein van een ander.

    Bij gevaarlijke stoffen denken we vooral en in eerste instantie aan chemicaliën.

    Toch zijn er veel meer stoffen en goederen die eronder vallen, denk aan voorwerpen zoals munitie, of aan halffabrikaten zoals rubbersnippers of sojaschroot tot zelfs ziekenhuisafval.

    adrA.D.R staat voor: Accord Européen Relatif au transports international des marchandises Dangereuses par Route, OFWEL Europees verdrag betreffende het INTERNATIONAAL vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg.

    Het ADR regelt het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen, in alle landen die dit verdrag geratificeerd hebben is het van toepassing op het grensoverschijdend vervoer dat plaatsheeft tussen tenminste twee van deze landen.

    Op zich heeft het ADR dus geen betrekking op binnenlands vervoer. Toch is het onrechtstreeks, via een Europeese richtlijn, ook van toepassing gemaakt op het grondgebied van de Lidstaten van de Europeese Unie.

    Wanneer gevaarlijke stoffen onder de vervoerswetgeving vallen zijn deze herkenbaar aan het zogenaamde UN-nummer, bijvoorbeeld UN 1263 (Verf).

    Dit nummer met daaraan gekoppeld de stofnaam is wereldwijd hetzelfde. Vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen zijn voorzien van oranje borden, met vaak het UN nummer weergeven bijvoorbeeld UN 1203 voor benzine en UN 1202 voor dieselolie.

    Wie moet over een ADR getuigschrift beschikken

    Iedereen die ontplofbare stoffen en voorwerpen (klasse 1) en radioactieve stoffen (klasse 7) vervoert, ONGEACHT de maximaal toegelaten massa van het voertuig.

    Voor alle andere gevaarlijke stoffen indien de vrijstellingsgrenzen overschreden zijn, ongeacht het MTM van het voertuig.

    Het getuigschrift is 5 jaar geldig en moet verlengd worden binnen het jaar dat VOORAF GAAT aan de vervaldatum. Het getuigschrift is PERSOONLIJK en moet ONDERTEKEND zijn door de houder.

  • In België

    Verplichte reisweg

    Alle voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren en voorzien moeten zijn van ORANJE SCHILDEN, moeten behalve in geval van noodzaak de autosnelwegen volgen.

    Om moeilijkheden bij wegcontroles te vermijden is het aan te raden om andere bemanningsleden dan de bestuurder te identificeren d.m.v een schriftelijke verklaring van de vervoerder of de verlader.

    Wat het vervoer over de weg en per spoor betreft; de wetgeving heeft hiervoor nog een bijkomend identificatiesysteem van het gevaar verplicht gesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in tanks.

    Voertuigen die gevaarlijke stoffen in tanks vervoeren moeten aan de voor- en achterzijde voorzien van oranje borden.

    Ook in België werd het ADR vrijwel ongewijzigd ingevoerd voor het binnenlands transport van de meeste gevaarlijke stoffen. Voor nationaal vervoer van bepaalde producten, waaronder ontplofbare en radioactieve stoffen, blijven echter aparte reglementeringen van toepassing.

    Zowel voor internationale als binnenlandse tranporten kunnen, voor duidelijk omschreven gevallen, afwijkingen van de vervoersvoorschriften toegestaan worden.

    Voor de internationale transporten zijn er de MULTILATERALE AKKOORDEN die door elk land dat door het transport aangedaan wordt (ook in transit) ondertekend moeten zijn.

    De door België ondertekende multilaterale akkoorden mogen ook toegepast worden op binnenlands transport. Voor binnenlandse transporten zijn er NATIONALE AFWIJKINGEN die afgegeven kunnen worden door de bevoegde overheid.

    Wie moet over een ADR getuigschrift beschikken

    Iedereen die ontplofbare stoffen en voorwerpen (klasse 1) en radioactieve stoffen (klasse 7) vervoert, ONGEACHT de maximaal toegelaten massa van het voertuig.

    Voor alle andere gevaarlijke stoffen indien de vrijstellingsgrenzen overschreden zijn, ongeacht het MTM van het voertuig.

    Het getuigschrift is 5 jaar geldig en moet verlengd worden binnen het jaar dat VOORAF GAAT aan de vervaldatum. Het getuigschrift is PERSOONLIJK en moet ONDERTEKEND zijn door de houder.

    Bemanning van het voertuig

    Met voertuigen die gevaarlijke stoffen vervoeren mogen GEEN personen meerijden die NIET tot de bemanning behoren (bv: lifters, familie,....).

    Om moeilijkheden bij wegcontroles te vermijden is het aan te raden om andere bemanningsleden dan de bestuurder te identificeren d.m.v een schriftelijke verklaring van de vervoerder of de verlader.

    Wat het vervoer over de weg en per spoor betreft; de wetgeving heeft hiervoor nog een bijkomend identificatiesysteem van het gevaar verplicht gesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in tanks.

    Voertuigen die gevaarlijke stoffen in tanks vervoeren moeten aan de voor- en achterzijde voorzien van oranje borden.

    Wat moet men doen bij een ongeval ?

    De plaats van het ongeval zonder paniek ontruimen, zodat de hulpdiensten gemakkelijker kunnen werken.

    De dienst 100 of 112 verwittigen en het volgende meedelen:

    • de juiste plaats van het ongeval (ook de richting op de autosnelwegen).
    • de omvang van het ongeval, melding van slachtoffers, materiele schade.
    • de gevaarscode en het productnummer op de oranje schilden.
  • UN-nummers

    Alle gevaarlijke goederen worden geïdentificeerd door een nummer, bestaande uit 4 cijfers (het UN-Nummer) en een officiële, internationaal erkende benaming (de officiële vervoersnaam).

    Enkel de meest voorkomende stoffen hebben een eigen individueel UN Nummer en officiële vervoersnaam, vb:

    • UN 2238 Chloortolueen
    • UN 1491 Kaliumperoxide

    Aan de andere gevaarlijke goederen wordt het UN Nummer en de officiële vervoersnaam toegekend van een zogenaamde "collectieve rubriek" waartoe ze behoren.

    De officiële vervoersnamen van deze "collectieve rubrieken" eindigen altijd op N.E.G. (Niet Elders Genoemd).

    Dergelijke stoffen zijn niet éénduidig geïdentificeerd door hun UN Nummer en officiële vervoersnaam, daarvoor is meestal ook nog hun technische of scheikundige benaming vereist, vb:

    Enkele voorbeelden van UN-nummers

    • 1002 samengeperste lucht
    • 1017 Chloor
    • 1090 Aceton
    • 1203 Benzine
    • 1263 Verven en aanverwante producten
    • 1654 Nicotine
    • 1823 Natriumhydroxide, oplossing
    • 2212 Asbest blauw
    • 3291 Ziekenhuisafval

    LET OP: de zelfontledende stoffen stoffen van klasse 4.1, de organische peroxides van klasse 5.2 en de pesticides van klasse 3 en 6.1 zijn speciale gevallen: ze worden ALTIJD ingedeeld bij een collectieve rubriek maar de officiële vervoersnamen eindigen NIET op N.E.G, vb:

    • UN 3240 Zelfontledende vaste stof van het type F, met temperatuurbeheersing
    • UN 3345 Pesticide Fenoxyazujnzuurderivaat, vast, giftig

    Collectieve rubrieken gemerkt met "X" in kolom 6 van de lijst gevaarlijke stoffen of met bijzondere bepaling 274 kolom 6 van tabel A van hoofdstuk 3.2 moeten steeds aangevuld worden met de scheikundige of technische benaming.

    LET OP: de zelfontledende stoffen stoffen van klasse 4.1, de organische peroxides van klasse 5.2 en de pesticides van klasse 3 en 6.1 zijn speciale gevallen: ze worden ALTIJD ingedeeld bij een collectieve rubriek.

    Uitzicht en betekenis van de borden

    Rechthoekige oranje schilden van 40 op 30 cm met een zwarte boord van 15mm. Het gebruikte materiaal moet weerbestendig zijn en duurzame signalisatie garanderen.

    Het schild mag niet loskomen van zijn bevestiging wanneer het gedurende 15 min omsloten is door een brand.

    Wanneer het oranje schild aangebracht is op neerklapbare borden, moeten deze zodanig ontworpen en vastgezet zijn dat ze tijdens het transport niet kunnen neerklappen of loskomen van hun houder. Oranje schilden zijn VEREIST tijdens het transport van ALLE gevaarlijke stoffen indien de vrijstellingsgrenzen overschreden zijn, ongeacht hun vervoerswijze of het MTM van het voertuig.

    Er zijn twee soorten: "Leeg" oranje schlden

    Oranje schild met nummers (de nummers moeten onuitwisbaar zijn en in geval van brand minstens 15 minuten leesbaar blijven, verwisselbare nummers moeten op hun plaats blijven ongeacht de oriëntatie van het voertuig).

    BOVENSTE nummers: identificatienummer van het gevaar (altijd 2 of 3 cijfers).

    ONDERSTE nummers: identificatienummer van het product = Un-nummer (altijd 4 cijfers).

    Betekenis van het identificatienummer van het gevaar

    EERSTE cijfer van het nummer van het gevaar:

    • 2 - gas - klasse 2
    • 3 - brandbare vloeistof - klasse 3
    • 4 - brandbare vaste stof, zelfontledende of voor zelfontbranding vatbare stof, of stof die in contact met water gevaarlijke gassen ontwikkelt - klasse 4.1, 4.2, 4.3
    • 5 - oxiderende (brandbevorderende) stof of organisch peroxide - klasse 5.1, 5.2
    • 6 - giftige stof - klasse 6
    • 7 - radioactieve stof - klasse 7
    • 8 - bijtende (corrosieve) stof - klasse 8
    • 9 - stof met andere gevaarlijke eigenschap - klasse 9

    Let op: het gevarennummer voor vloeistoffen van klasse 4.2 en 4.3 kan ook beginnen met cijfer 3.

    TWEEDE OF DERDE cijfer van het nummer van het gevaar:

    • 0 - geen betekenis, wordt gebruikt als aanvulling omdat het gevarennummer ALTIJD uit 2 cijfers moet bestaan.
    • 2 - reageert met water waardoor gassen vrijkomen
    • 3 - brandbaarheid
    • 4 - vast, brandbaar of voor zelfverhitting vatbaar
    • 5 - verbranding bevorderende eigenschappen
    • 6 - giftigheid
    • 7 - radioactief
    • 8 - corrosiviteit
    • 9 - gevaar voor hevige spontane reactie

    Indien de eerste twee cijfers hetzelfde zijn duidt dit meestal op een toespitsing van het hoofdgevaar, voorbeeld:

    • 33 betekent: zeer brandbare vloeistof
    • 88 betekent: zeer corrosieve stof

    Indien het gevarennummer voorafgegaan wordt door de letter "X" betekent dit dat de stof op een gevaarlijke manier reageert met water.

    een aantal combinaties hebben een speciale betekenis, voorbeeld:

    • 22 betekent: sterk gekoeld vloeibaar gemaakt gas
    • 99 betekent: warm vervoerde stof (pek)
    • 333 betekent: pyrofore (voor zelfontbranding vatbare) vloeistof
  • De verschillende klassen

    De gevaarlijke goederen worden ingedeeld in 13 verschillende klassen al naargelang het soort gevaar dat uitgaat van deze gevaarlijke stoffen.

    Bij een combinatie van gevaarlijke eigenschappen (bv: giftig en brandbaar) wordt de stof ingedeeld bij die klasse die het grootste gevaar vertegenwoordigt tijdens het transport.

    De klasse wordt niet op het vervoerdocument vermeld.

    Klasse 1. Ontplofbare stoffen en voorwerpen

    Dit zijn vooral voorwerpen eventueel met het ontstekingsmechanisme apart.

    Het grootste gevaar binnen klasse 1 is het gevaar voor massa - explosie.

    Hiermee wordt een explosie bedoeld die praktisch op hetzelfde moment in de gehele lading plaatsvindt. Binnen klasse 1 kent men subklassen en onafhankelijk van de subklassen compatibiliteitsgroepen.

    Voorbeelden: dynamiet, vuurwerk, munitie ...

    Klasse 2. Gassen

    Gassen hebben een veel lagere dichtheid dan vloeistoffen en nemen dan ook veel plaats in.

    Een bepaald volume van een gas weegt veel minder dan hetzelfde volume vloeistof of vaste stof.

    Om ze te vervoeren worden ze samengeperst, gekoeld of opgelost verpakt.

    Voorbeelden: waterstof, helium, zuurstof, methaan, ammoniak ...

    Klasse 3. Brandbare vloeistoffen

    Brandbare vloeistoffen zijn overeenkomstig onderdeel van de definitie "vloeistof" in artikel 1.2.1 van het ADR (2011).

    Bij 50 graden celcius een hebben ze een dampdruk van ten hoogste 300 kPa (3 bar) en bij 20 graden celcius en een standaarddruk van 101.3 kPa niet volledig gasvormig zijn.

    Een vlampunt hebben van ten hoogste 60 graden celcius.

    Voorbeelden: benzine, stookolie, terpentijn, tolueen, ethanol, white spirit, ...

    Klasse 4.1 Brandbare vaste stof

    Brandbare vaste stoffen zijn gemakkelijk ontbrandbare vaste stoffen en vaste stoffen die door wrijving kunnen ontbranden.

    Het zijn korrelvormige, poedervormige of pastavormige stoffen die gevaarlijk zijn indien ze makkelijk vuur vatten door kortstondig contact met een ontstekingsbron en indien de vlam zich snel uitbreidt.

    Voorbeelden: houtzaagsel, papierafval, stro, zwavel, rode fosfor, rubberpoeder, naftaline, ...

    Klasse 4.2 Voor zelfontbranding vatbare stof

    De omschrijving zegt het al: Deze stoffen kunnen zonder ontstekingsbron met zuurstof uit de lucht tot ontbranding komen.

    Er moeten daarom bijzonder eisen aan verpakking en aan veiligheidsmaatregelen gesteld worden.

    Voorbeelden: witte fosfor, aluminium, zink, met vet doordrenkte weefsels, magnesium, natriumsulfide, ...

    Klasse 4.3 Stoffen die in contact met water brandbare gassen afgeven

    Stoffen, die als gevolg van een reactie met water brandbare gassen ontwikkelen, die met lucht ontplofbare mengsels kunnen vormen.

    Dergelijke voorwerpen, moeten worden ingedeeld in klasse 4.3.

    Bepaalde stoffen kunnen in contact met water brand-bare gassen ontwikkelen die met lucht explosieve mengsels kunnen vormen.

    Dergelijke mengsels worden gemakkelijk ontstoken door alle normale ontstekingsbronnen, bijv. onbeschermde lichtbronnen, handgereedschap dat vonken afgeeft of onbeschermde gloeilampen.

    De schokgolf die daarvan het gevolg is en de vlam kunnen personen en het milieu in gevaar brengen.

    Voorbeelden: natrium, kalium, natriumsulfide, ...

    Klasse 5.1 Oxiderende stoffen

    Stoffen van klasse 5.1 worden ook wel zuurstofdragers genoemd.

    Bij verwarming van deze gevaarlijke stoffen zal zuurstof vrijkomen.

    Deze zuurstof kan dan met een brandbare stof een reactie aangaan en zo een zeer felle, moeilijk te bestrijden brand veroorzaken.

    Branden met stoffen uit deze klasse kunnen alleen geblust worden door afkoeling met bijvoorbeeld veel water of koolzuursneeuw.

    Voorbeelden: waterstofperoxide, ammoniumnitraat, natriumnitraat, perchcloorzuur, ...

    Klasse 5.2 Organische peroxiden/

    Populair uitgedrukt zou men kunnen zeggen dat organische peroxydes zichzelf in de staart kunnen bijten.

    Ze bevatten een zuurstofdeel en een brandbaar deel, waardoor ze chemisch instabiel zijn.

    Door stoffen te verdunnen of door de temperatuur laag te houden zijn ze te vervoeren en te bewaren.

    Organische peroxydes zijn meestal hulpstoffen voor de kunststoffenindustrie.

    Voorbeelden: meststoffen, benzoylperoxide, methylethylketonperoxide, ...

    Klasse 6.1 Giftige stoffen

    Dit zijn giftige of schadelijke stoffen.

    Uit ervaring is bekend dat na experimenten op proefdieren kan worden aangenomen, dat zij in relatief geringe hoeveelheid door een eenmalige of kortstondige inwerking bij inademing, opname door de huid of inslikken de gezondheid van de mens kunnen schaden of de dood kunnen veroorzaken.

    Voorbeelden: blauwzuur, cynaniden, fenol, acetaten, loodoxiden, ...

    Klasse 6.2 Infectueuze stoffen

    In deze klasse zijn infectueuze stoffen opgenomen.

    Dit zijn stoffen waarvan bekend is of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij ziekteverwekkers zijn.

    Hieronder wordt verstaan; micro-organismen (met inbegrip van bacteriën, virussen, rickettsia, parasieten en schimmels) en andere verwekkers als prionen, die ziekten veroorzaken bij mensen of dieren, bevatten.

    Voorbeelden: ziekenhuisafval, virussen, bacteriën, ...

    Klasse 7. Radioactieve stoffen

    Radioactiviteit is de eigenschap van enkele stoffen om spontaan energie in de vorm van onzichtbare straling uit te zenden.

    Er zijn vier soorten straling: alfa, beta, gamma en neutronenstraling.

    Voorbeelden: isotopen, uraan, thorium, uraanhexafluoride, ...

    Klasse 8. Corrosieve stoffen

    Bijtende stoffen zijn stoffen die een chemische reactie kunnen geven.

    Het epitheelweefsel (de bovenste laag) van de huid of de slijmvliezen, waarmee zij in aanraking komen, aantasten.

    Of die in geval van lekkage schade aan andere goederen of vervoermiddelen kunnen veroorzaken of deze kunnen vernielen, en die tevens aanleiding kunnen geven tot andere gevaren.

    Voorbeelden: zwavelzuur, amoniak, hydrazine, azijnzuur, fosforzuur, ammoniakoplossingen, ...

    Klasse 9. Diverse gevaarlijke stoffen

    Klasse 9 omvat stoffen en voorwerpen die tijdens het vervoer een gevaar opleveren.

    Het valt niet onder de omschrijvingen van andere klassen.

    Stoffen die bij inademing als fijn stof de gezondheid in gevaar kunnen brengen.

    Ze ziijn onderverdeeld in: stoffen en apparaten, die in geval van brand dioxines kunnen doen ontstaan, stoffen die brandbare dampen ontwikkele, lithiumbatterijen en reinigingsmiddelen.

    Voorbeelden: asbest, PCB's, transfo's, Askarel, polymeren, verwarmde pek, ...

    Llijst gevaarlijke stoffen

Wist je dat ...

  • Ook in België werd het ADR vrijwel ongewijzigd ingevoerd voor het binnenlands transport van de meeste gevaarlijke stoffen.
  • Voor nationaal vervoer van bepaalde producten, waaronder ontplofbare en radioactieve stoffen, blijven echter aparte reglementeringen van toepassing.

Contacteer ons

  • Algemeen nummer: 015/ 280 280
  • Dringende interventie: 112
  • Fax: 015/ 21 97 90
  • brandweer Mechelen