In je straat ...

Elke brandinterventie vraagt een snelle en gepaste aanpak met de juiste mensen en materiaal. De eerste aanvalsploeg moet zo vlug mogelijk hun inzet kunnen beginnen, daarom is het van groot belang dat zij steeds ongehinderd en zonder obstakels kunnen werken.

Hou daarom rekening met de volgende zaken:

  • De brandweer komt er aan... of niet?

    Brandweerwagens moeten altijd en overal gemakkelijk door kunnen rijden.

    Een foutief geparkeerd voertuig kan het verschil maken.

    Draag je steentje bij

    Een brandweerwagen heeft vergelijkbare afmetingen als een bus.

    Het is dus van belang dat de weg vrij blijft van elk obstakel, om vlot te kunnen doorrijden en manoeuvreren.

    Daarnaast heeft een brandweerwagen ook voldoende ruimte nodig om zich te kunnen opstellen.

    Zorg er dus voor dat je niet foutief parkeert, zodat de nodige ruimte voor brandweerwagens gegarandeerd blijft.

    Maak de rijbaan vrij als je de sirene van een prioritair voertuig hoort.

    Het prioritair rijden is heus niet zonder reden.

    Zorg er verder voor dat het huisnummer van je woning goed zichtbaar is vanaf de openbare weg. Zo kan de brandweer gemakkelijk je woning terugvinden.

    Laat altijd een vrije doorgang van minimaal 4 m hoogte en 4 m breedte in volgende situaties:

    • Opstelling in de straat:
    • Altijd 4 m vrije doorgang voorzien voor de voertuigen van de hulpdiensten op de rijbaan.
    • Deze breedte is niet enkel bedoeld om de voertuigen van de brandweer door te laten maar ook om ze te kunnen opstellen.
    • Opstelling op een plein:
    • Gebouwen rond het plein moeten bereikbaar zijn voor de voertuigen van de hulpdiensten, hier ook 4 m vrije doorgang voorzien.
    • Opstellingen in een park:
    • Tijdelijke inrichting < 150 m²: op 60 m (loopafstand) van de openbare weg plaatsen
    • Tijdelijke inrichting > 150 m²: moet bereikbaar zijn voor de voertuigen van de hulpdiensten, vrije doorgang van 4 m breed en 4 m hoog
    • Voorwaarden toegangsweg voor de hulpdiensten:
    • heeft draaistralen van minimaal 11 m aan de binnenkant en 15 m aan de buitenkant (zodat brandweervoertuigen en overige hulpdiensten kunnen in– en uitdraaien en de nodige manoeuvres kunnen uitvoeren)
    • = tussen de 4m en 10m verwijderd van de gevellijn van een gebouw met meer dan een gelijkvloers niveau
    • = minder dan 60 m verwijderd van gebouw en met gelijkvloers niveau
    • Parkeerverbod- en opstelverbod instellen en handhaven
    • Algemene voorwaarden:
    • Bedrijfsgebouwen, gebouwen met een grote bezetting of met een bijzonder risico moeten altijd bereikbaar blijven.
    • Alle opstellingen moeten meer dan 120 cm verwijderd zijn van de gevel van bewoonde of uitgebate panden.
    • Rijen gevormd door meerdere inrichtingen moeten minstens elke 30 m onderbroken door een vrije doorgang.
    • Opstellingen in de vrije doorgang of tegen gebouwen mogen enkel als deze in minder dan één minuut verwijderd kunnen worden (bv. Kleine tafels en stoelen, vuilnisbakken,...).
    • Ondergrondse en bovengrondse watermonden (hydranten) moeten steeds vrij en goed bereikbaar zijn (niets op minder dan 1 m van watermonden plaatsen tenzij het onmiddellijk, eenvoudig en volledig kan worden verplaatst).
  • Watervoorziening

    Met uitzondering van speciale branden heeft de brandweer steeds water nodig voor bluswerken. Voor dit bluswater kan er beroep gedaan worden op leidingwater via hydranten, open water, waterreservoirs en watertanks.

    Voor een grote brand wordt via zware pompen en grote slangen water in grote hoeveelheid naar de interventieplaats verpompt.

    Leidingwater via hydranten

    Hydranten (brandkranen) leveren water om te kunnen blussen.

    De brandweer moet dan ook steeds gebruik kunnen maken van deze hydranten.

    Blokkeer dus nooit hydranten door er bijvoorbeeld op te parkeren. Als er geen gebruik kan worden gemaakt van hydranten, heeft dit vaak zware gevolgen.

    Ondergrondse hydranten bevinden zich meestal op het trottoir of in de berm.

    De ligging van deze hydranten worden aangeduid met een signalisatiebord en ze zijn afgesloten met een ijzeren deksel.

    Indien het deksel door begroeiing niet meer goed zichtbaar is, mag je deze steeds vrijmaken.

    In het beschermingsgebied van brandweer Mechelen ligt een uitgebreid netwerk van waterleidingen. PIDPA (Provinciale en Intercommunale Drinkwatermaatschappij der Provincie Antwerpen) stellen een wateraanvoer ter beschikking voor de brandweer die op deze leidingen kan aansluiten via boven- of ondergrondse hydranten, ook watermonden genoemd.

    Om de ondergrondse hydranten terug te vinden, bestaan er wettelijk verplichte signalisatieborden in de onmiddellijke nabijheid van elke hydrant. Elk jaar controleert de brandweer deze hydranten.

    Bovengrondse hydranten BH80/BH100

    Deze modellen zijn zeer herkenbaar in de straat. Ze steken boven de grond uit en hebben rode kleur.

    Op een terrein naast een nieuw industrieel gebouw, een rusthuis, een hospitaal of een hotel eist de brandweer veelal de plaatsing van een netwerk.

    Dit bestaat uit bovengrondse en/of ondergrondse hydrantmonden die zich op een maximum afstand van 100m van elkaar bevinden.

    Deze worden gevoed door het stadsnet of door een eigen pompinstallatie.

    Bovengrondse hydranten zijn makkelijk zichtbaar en de brandweer kan er zonder tijdverlies haar persslangen op aansluiten door het gebruik van de DSP 70 koppelstukken die op de bovengrondse hydranten zitten.

    Het water afkomstig van de hydranten is eigendom van de watermaatschappij.

    De brandweer mag dit water dus niet gebruiken om je zwembad te vullen, voor een wateraansluiting op je werf,…. .

    Open water

    Met open water wordt al dan niet stilstaand water bedoeld zoals rivieren (bv. de Dijle, Zenne), vijvers, waterputten, beken, grachten, kanalen en dokken. De brandweer maakt hierbij gebruik van krachtige pompen.

    Waterreservoirs

    Wanneer een beroep wordt gedaan op waterreservoirs gaat het om boven- of ondergrondse watertanks en –bakken. De watervoorraad wordt opgepompt ofwel met vaste pompen met aangesloten hydranten ofwel met pompen van de brandweer ter plaatse.

    Watertanks

    De brandweer beschikt over mobiele watertanks op de meeste brandweerwagens. Deze worden gebruikt voor het opstarten van de bluswerken, het blussen van kleine branden en voor bluswerken waar geen waterleiding of onvoldoende watervoorraad beschikbaar is.

    Ook hebben zij grote tankwagens voor het transport van water.

    Hiervoor neem je contact op met de watermaatschappij van de provincie Antwerpen: Pidpa

  • Nieuwe technieken

    Brandbestrijding evolueert snel en de aanpak tijdens een interventie is de laatste jaren erg veranderd.

    Eén van de belangrijkste punten is aanpak van een brand in een hoogbouw (appartementsgebouw).

    Dergelijke interventies vragen een andere benadering en inzet van manschappen en materiaal.

    Welke zijn de verschillen t.o.v een woningbrand, wat zijn de gevaren en met welke risicofactoren moet men rekening houden tijdens zo'n interventie.

    Bijzondere gevaren:
    • rook, verspreiding naar boven in evacuatie wegen( traphallen
    • evacuatie van de bovenliggende verdiepingen
    • doorslag, uitbreiding door hete rookgassen via kokers en schachten
    • wind, hogere windsnelheden rond gebouw, drukverschillen ( loef-en lijzijde)
    • de constructie van het gebouw
    • complexe indeling
    • het aantal bewoners in het gebouw
    • bereikbaarheid (hoogte)
    • verschillende ingangen, veel gangen, kelders
    • ondergrondse parking
    Aflegsysteem met O-bundels

    De nieuwe tendens bij het afleggen van lage druk gebeurt voortaan steeds door gebruik te maken van de O-bundels als aanvalslijnen bij hoogbouw.(appartementen)

    In 80% van de gevallen wordt er nog altijd de voorkeur gegeven aan de hogedrukslang om de binnenaanval uit te voeren.

    Er worden echter geen O-bundels gebruikt bij grasbranden, buitenbranden of wanneer er beslist wordt om over te gaan tot gecontroleerd te laten uitbranden.

    Hoger dan de 4de verdieping

    Bij een brandinterventie in een appartementsgebouw hoger dan de 4e verdieping gebeurt het afleggen van de lage druk door een tussenstation te creëren 2 verdiepingen lager dan de brandhaard.

    Het tussenstation wordt gevoed door een slang van ∅ 70mm (cassetes) en van daar af wordt de opstelling afleggen lage druk met cassetes van ∅ 45 mm toegepast.

Wist je dat ...

  • Dat er in Mechelen alleen al meer dan 800 straten zijn.
  • Al onze voertuigen zijn uitgerust met GPS, toch worden alle brandweermannen in ons korps regelmatig getest op hun parate stratenkennis.

Contacteer ons

  • Algemeen nummer: 015/ 280 280
  • Dringende interventie: 112
  • Fax: 015/ 21 97 90
  • brandweer Mechelen