Veiligheid thuis

10.000 woningbranden: het klinkt ongelooflijk veel, maar toch is dit het aantal dat jaarlijks wordt vastgesteld in België.

Jammer genoeg ontstaan deze branden vaak door de onoplettendheid van de bewoners zelf. Een stopcontact waar té veel apparaten op zijn aangesloten, een oververhitte friteuse die uit het oog werd verloren, een brandende sigaret die naast de asbak terechtkomt,...

Het zijn allemaal kleine dingen die grote gevolgen kunnen hebben. Daarnaast kunnen ook elektrische apparaten, verwarmingstoestellen of je schoorsteen de schuldige zijn.

Om brand te voorkomen en de brandveiligheid in je huis te verhogen, geven wij je daarom wat handige tips!

  • Blijf uit de rook!

    Bij elke brand komt rook vrij. Wees er van bewust dat het inademen van rook nooit gezond is. In iedere rookwolk zitten immers giftige stoffen.

    Wist je dat er tussen rook afkomstig van een woningbrand of van een industriebrand slechts een klein verschil is? Schone rook bestaat niet!

    Wat kan je doen?

    • Probeer zo weinig mogelijk rook in te ademen.
    • Sluit alle deuren en ramen.
    • Schakel het ventilatiesysteem uit en dek ventilatieopeningen af
    • Help anderen om uit de rook te blijven.
    • Volg de media.

    Wat doen wij?

    De brandweermensen beschikken onder meer over adembescherming.

    Dit maakt het mogelijk om op een verantwoorde wijze in rook te werken.

    Bij grootschalige branden voert de brandweer metingen uit in de nabije en ruime omgeving van de plaats van oorzaak om de schadelijkheid en het effectgebied van de rook te bepalen.

    Dit in overleg met de adviseurs gevaarlijke stoffen (AGS).

    Klachten?

    De schadelijkheid van rook is afhankelijk van de aard van de rook en de hoeveelheid die je hebt ingeademd.

    Je lichaam geeft op zich al een signaal dat de rook schadelijk is: tranende ogen, hoesten, irritatie van de neus,… zijn symptomen die hierop wijzen.

    Raadpleeg je huisarts bij (blijvende) klachten.

  • Veilig in de keuken…

    Woningbranden beginnen meestal in de keuken.

    De meest voorkomende oorzaak is de bekende ‘vlam in de pan’.

    Dit ontstaat doordat olie of vet in de pan oververhit raakt, dit kan bij elk type fornuis voorvallen.

    Ook het ‘droogkoken’ van eten levert brandgevaar op. Laat dus nooit je kookpotten onbewaakt achter.

    Zorg dat er geen rommel ligt naast het fornuis, hou je keuken netjes.

    Vlam in de pan

    Schakel bij een vlam in de pan onmiddellijk de warmtebron en de dampkap uit. Blus een brandende pan met olie of vet nooit met water, want dit leidt tot een steekvlam.

    Gebruik ook geen brandblusser, want door de druk wordt de olie of het vet uit de pan geblazen.

    Zorg dus dat je een blusdeken in de keuken hebt om de brand te blussen. Heb je geen blusdeken voorhanden, probeer dan de pan af te dekken met een passend deksel of een vochtige doek.

    Dampkap

    In de dampkap stapelen vetten op die gemakkelijk kunnen ontvlammen. Maak minimaal één keer per drie maanden de vetfilter van de dampkap schoon en/of vervang hem om het opstapelen van vetten te voorkomen. Bij een vlam in de pan kan anders immers de hele dampkap in brand raken. Flambeer dus nooit gerechten onder de dampkap. Schakel de dampkap uit indien een kookpot of de friteuse vuur vat.

    Onderhoud je frietketel en keukentoestellen
    Ververs frituurvet na 10 beurten en reinig de vetfilter van de dampkap minstens om de drie maanden zodat je vetophoping voorkomt. Bij brand kan dat vet immers ontvlammen. Werkt je fornuis op gas? Laat de gasleiding dan regelmatig nakijken. (dichtheidsproef)
    Gebruik elektrische apparaten juist
    Gebruik de microgolfoven enkel voor het bereiden van maaltijden of dranken. Het verwarmen van ander materieel kan leiden tot brandgevaar. Lees altijd de gebruiksaanwijzing van elektrische keukenapparaten. Vermijd oververhitting door verkeerd gebruik.
    Doof de vlammen niet met water maar met een blusdeken
    Blus een brandende pan vet of frietketel nooit met water. Hierdoor ontstaat een steekvlam. Zorg dat er een blusdeken in de keuken hangt. Zo kan je een brandende frietketel of vlam in de pan doven. Heb je geen blusdeken bij de hand? Gebruik dan een licht vochtige doek of deksel.

    Microgolf

    Warm enkel eten en drinken op in de microgolf. Het verwarmen of drogen van andere materialen levert brandgevaar op. Stel bij de opwarming de juiste tijd en vermogen in, zoals aangegeven op de verpakking. Als je een microgolf instelt op enkele minuten in plaats van enkele seconden kan er brand ontstaan.

    Wees extra voorzichtig met vloeistoffen. De ovenschaal behoudt een normale temperatuur, terwijl de inhoud al op kookpunt is. Een tasje soep drinken, kan soms verstrekkende gevolgen hebben.

    De feestelijke tafel

    Plaats hete vloeistoffen of voorwerpen in het midden van de tafel. Hou brandbare voorwerpen (bv. bloemstukjes, servetten, tafelpapier,…) uit de buurt van een open vlam. Leg geen tafelkleed, wel afzonderlijke onderleggers.

    Schakel voorts kookstellen zoals een fondue- of gourmettoestel uit als je de ruimte verlaat

    Vuilnisbak

    Zorg dat lucifers en sigaretten volledig gedoofd zijn, voordat je ze in de vuilnisbak werpt.

    Blijf in de keuken

    Laat geen potten onbewaakt op het vuur staan en vergeet het fornuis of de oven niet uit te schakelen wanneer je de deur uit gaat.

    Lees alles in de brochure: Vermijd brand aan het fornuis

  • De droogkast, een tikkende tijdbom!

    Gemiddeld twee keer per week veroorzaakt een droogkast in ons land een brand. Het staat daarmee op de eerste plaats van elektrische apparaten die brand kunnen veroorzaken.

    Niet verwonderlijk als je bedenkt dat hete lucht en stof een ‘ideale’ combinatie vormen.

    Hoe voorkomen?

    Door het verwijderen van de pluisjes en het stof in de stoffilter na elke droogbeurt voorkom je al veel ellende. Als je droogkast een luchtafvoerslang heeft, maak die dan ook één keer per jaar stofvrij.

    Dit zijn immers factoren die je droogkast harder laten werken en de temperatuur doen oplopen.

    Zet een droogkast bovendien niet op terwijl iedereen in bed ligt, evenmin als je niet thuis bent.

    En wat met andere elektrische apparaten?

    Laat de TV niet op standby staan als niemand kijkt
    Zet je televisietoestel uit en niet op slaapstand als niemand er naar kijkt. In een televisietoestel worden bepaalde onderdelen heet als het aanstaat en op slaapstand blijven deze warm. De warmte kan in combinatie met stof brand veroorzaken.
    Schakel de stroomvoorziening uit bij brand met elektrisch toestel
    Bij een brandende frietketel of brand met een elektrisch keukentoestel schakel je de stroomvoorziening uit. Maak gebruik van een blusdeken of schuimblustoestel om de vlammen te doven.
    Let op met brandbare materialen en halogeenverlichting
    Brandbare materialen hou je uit de buurt van halogeenspotjes. Als die langdurig worden verhit, kunnen ze plots in brand vliegen. Ook als je halogeenverlichting inbouwt in een verlaagd plafond, moet de warmte goed weg kunnen.
    Gebruik verlengsnoeren en stekkerdozen correct
    Rol verlengsnoeren volledig af om te voorkomen dat de snoeren smelten door oververhitting. Vermijd ook te veel apparatuur aan te sluiten op één stekkerdoos.

    Kortsluiting staat in de top 3 van oorzaken van het ontstaan van een woningbrand. Roken en koken vervolledigen de lijst.

    Elektrische apparaten

    Zet elektrische apparaten die je niet gebruikt steeds uit, behalve deze toestellen die continu moeten werken (bv. koelkast). Als een elektrisch apparaat aan of stand-by staat, worden onderdelen van het apparaat warm.

    In combinatie met stof kan in het apparaat brand ontstaan. Een bijkomende winst is de besparing van energie.

    Grote stroomverbruikers zoals elektrische friteuses of kacheltjes kan je beter rechtstreeks op een stopcontact aansluiten dan op een kabelhaspel of verdeelstekker. Overschrijd het maximale vermogen zeker niet en vermijd elk contact met water.

    Verlengsnoer en verdeelstekkers

    Een opgerold snoer in een haspel wordt warm onder spanning. De temperaturen kunnen zo hoog oplopen dat het isolatiemateriaal smelt, met kortsluiting als gevolg.

    Dit gaat gepaard met een enorme rookontwikkeling die veel schade kan aanrichten.

    Gebruik nooit een verlengsnoer met een blootliggende elektrische bedrading. Door het beperken van het aantal toestellen dat je aansluit op een verlengsnoer of verdeelstekker vermijd je overbelasting.

    Geef de keuken- en huishoudtoestellen een grondig onderhoud

    Om brand te voorkomen maak je kooktoestellen zoals fornuis, oven en dampkap goed schoon om vetophoping te voorkomen. Vet zorgt er immers voor dat een brand zich sneller kan verspreiden.

    De droogkast staat op de eerste plaats van elektrische apparaten die brand kunnen veroorzaken. Reinig de filter van je droogkast na ieder beurt en maak jaarlijks de luchtafvoerbuis schoon.

    Elektrisch deken

    Test een elektrische deken wanneer je dat voor de eerste keer in het seizoen gaat gebruiken. Als een elektrische deken de hele zomer opgerold of opgevouwen in een kast heeft gelegen kan de bedrading beschadigd zijn.

    Daardoor kan kortsluiting en/of brand ontstaan.

    Gebruik een elektrische deken alleen als het helemaal opengevouwen is.

    Lees alles in de brochure: Veilig met elektriciteit

  • Eerste hulp bij brandwonden

    "Eerst water, de rest komt later!"

    Deze slogan wordt vaak gebruikt bij de preventie van brandwonden! Toch vergeten we soms de preventietips die de basis vormen om correct te handelen bij brandwonden.

    Hieronder vind je alvast de preventietips nog eens op een rij.

    Jaarlijks worden zo’n 400 kinderen opgenomen in de zes Belgische brandwondencentra met ernstige brandwonden, waarvan meer dan 200 kinderen jonger zijn dan 5 jaar.

    De meeste kinderen verbranden zich aan een hete vloeistof (warm water, thee, soep, koffie,…) of door heet badwater.

    Koelen:

    • Behandel de brandwonde binnen de 20 minuten na het oplopen van de brandwonde.
    • Koel de wonde gedurende 20 minuten.
    • Gebruik lauw stromend water van ongeveer 20°C.

    Dit is belangrijk om de ernst van de brandwonde te beperken en de genezing te bevorderen.

    Afdekken:

    Bedek de wonden onmiddellijk na het koelen. Gebruik hiervoor vochtige propere doeken (niet inklevend).

    Breng geen zalven of andere topica aan alvorens advies te vragen aan een arts.

    Gradaties

    Brandwonden worden ingedeeld in verschillende categorieën, de zogenaamde graden van verbranding.

    Deze classificatie is gebaseerd op de diepte van de brandwonde en de aard van de huidbeschadiging.

    Zo herken je ze:

    • Eerste graad: rode en geïrriteerde opperhuid
    • Tweede graad: aanwezigheid van blaren
    • Derde graad: de opperhuid is volledig verdwenen. Meestal verschijnen matte witte vlakken.

    De behandeling:

    • De behandeling is sterk afhankelijk van de diepte en de uitgebreidheid van de brandwonden.
    • De behandeling wordt ingesteld door een arts.
    • De brandwonde is groter dan een muntstuk van 2 euro: raadpleeg je huisarts.
    • De brandwonde is groter dan een hand: meld je zo snel mogelijk aan bij de spoedgevallendienst van het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Daar zal een doorverwijzing naar een brandwondencentrum desnoods overwogen worden.
    • De brandwonde is groter dan de oppervlakte van een arm (ongeveer 10% van het lichaam) of in geval van twijfel: contacteer snel de hulpdiensten (112)
    • Koel de wonde onmiddellijk gedurende een 20-tal minuten onder lauw, stromend water.
    • Zorg dat je het slachtoffer weghaalt van de warmtebron.
    • Als de kleding vlam heeft gevat, dek je het slachtoffer af, rol je de persoon over de grond of doof je met water. Dek het slachtoffer echter nooit af met synthetische stoffen en vermijd bewegingen die het vuur kunnen aanwakkeren (bv. lopen).
    • Verwijder de kleding rond de wonde, maar trek ingebrande kleding nooit los. Ook een horloge en juwelen worden best onmiddellijk verwijderd.
    • Breng bij eerstegraads brandwonden na het koelen een dikke laag Flamigel aan op de wonde. Dek dan de wonde af met een gaaskompres met hydraterende zalf.
    • Kijk voor tweede of derdegraads brandwonden op www.brandwonden.be wat te doen of bel naar een brandwondencentrum.

    Nuttige telefoonnummers

     

    Ziekenhuis Telefoonnummer
    Brandwondencentrum A.Z. Stuivenberg 032 177 595
    Brandwondencentrum Hospitaal Centrum van de Basis Koningin Astrid 022 686 200
    Brandwondencentrum U.Z. Gent 093 323 490
    Brandwondencentrum I.M.T.R. 071 106 000
    Brandwondencentrum U.Z. Gasthuisberg 016 348 750
    Brandwondencentrum C.H.U. Sart Tilman 043 667 294
    Belgische Brandwondenstichting 026 496 589
    Antigifcentrum 070 245 245

     

    Meer informatie?

    www.brandwonden.be

    Hoe moet je omgaan met brandwonden: www.omgaanmetbrandwonden.be

  • Vermijd schoorsteenbrand!

    Niets zo gezellig als een knetterend haardvuur op een koude winteravond.

    Maar het is niet zonder gevaar, tenminste als je jouw schoorsteen niet regelmatig laat controleren of goed onderhoudt. Want dan hoopt roet zich op tot een teerachtige massa aan de schouwwanden. Hierdoor kan brand ontstaan.

    Eén derde van al de woningbranden zijn schoorsteenbranden.

    Een slecht onderhoud van de schoorsteen, onverstandig stookgedrag of een verkeerde kachel zijn vaak de oorzaak van deze branden.

    Een schoorsteenbrand is het gevolg van het aankoeken van roet aan de schoorsteenwanden tot een zeer brandbare, teerachtige substantie.

    Indien de schoorsteen niet wordt gereinigd, zal deze substantie ontbranden bij een eerstvolgende gebruik van de kachel of open haard.

    Hoe kan je een schoorsteenbrand voorkomen? Zorg voor een goed onderhoud

    Enkele tips om een schoorsteenbrand te voorkomen:

    Goed onderhoud is belangrijk. Laat een erkend vakman jaarlijks je schoorsteen vegen en vraag een attest. Bij gas is dat tweejaarlijks.

    Ga na of je aan bepaalde wettelijke verplichtingen moet voldoen; brandverzekeringen en lokale politiereglementen kunnen een onderhoud verplicht opleggen.

    • Bij intensief gebruik is twee keer per jaar aangewezen. Verwijder ook eventuele vogelnesten. Dit zorgt bovendien dat de schoorsteen beter trekt, waardoor ook de kans op CO-vergiftiging afneemt.
    • Kies het juiste toestel voor je ruimte. Plaats nooit een te grote kachel in een kleine ruimte. Je zal het dan sneller warm krijgen en vervolgens de kachel op een lagere stand plaatsen, waardoor de trek in de schoorsteen vermindert en de roetaanslag vergroot.
    • Verbrand geen afval in een allesbrander. Gebruik de juiste brandstof voor je kachel. In een allesbrander kan je echt geen afval verbranden.
    • Stook alleen met droog, natuurlijk en onbehandeld hout. Stook dus geen geverfd hout, spaanplaat, oud papier, ….

    Zorg voor voldoende luchtstroom

    Zorg voor voldoende trek in de schoorsteen. Dit kan je doen door een trekkap te voorzien. Die kap zorgt ervoor dat de rookgassen uit de schouw worden getrokken.

    Zorg er ook voor dat vogels zich niet kunnen nestelen in de schouw door middel van een kraaienkap.

    Als je schoorsteen verstopt geraakt, of niet genoeg trek krijgt, dan loopt je kans op een koolstofmonoxidevergiftiging (CO).

    Gebruik de juiste brandstof

    Gebruik de juiste brandstof voor je kachel.

    Verbrand dus geen afval in je kachel, maar enkel de brandstoffen die toegelaten zijn zoals hout en kolen.

    Stook alleen onbehandeld, droog en natuurlijk hout in de kachel.

    Hoe herken je een schoorsteenbrand?

    Een schoorsteenbrand kan je herkennen aan volgende punten:

    • Een loeiend geluid in het rookkanaal, zoals een huilende wind.
    • Een overvloedige zwarte rook.
    • Een sterke roetgeur.
    • Vlammen en vonken die soms uit de schoorsteen komen.

    Wat als je een schoorsteenbrand hebt?

    • Waarschuw de brandweer via 112.
    • Doof, in afwachting van de brandweer, het vuur in de haard of kachel met zand of zout. Zo voorkom je rook in huis.
    • Sluit meteen hierna de schoorsteenklep en de luchttoevoer van de kachel of de deur van de inbouwhaard.
    • Maak de ruimte rond de kachel of haard vrij van brandbaar materiaal zoals tapijten, meubilair, ….
    • Verlaat de ruimte waar te veel rook hangt.
    • Ventileer na het doven van het vuur door de brandweer de ruimte, zodat je geen CO-vergiftiging kan oplopen.
    • Laat na de brand je schoorsteen grondig controleren door een vakman voor je ze terug gebruikt.

    Doof bij een schoorsteenbrand je kachel of open haard NOOIT met water.

    Het water wordt onmiddellijk stoom en te veel stoom in het smalle rookkanaal kan leiden tot een scheur in het rookkanaal of zelfs een explosie.

    Lees alles in de brochure: Voorkom een schoorsteenbrand

Wist je dat ...

  • Rook is een aerosol van verbrandingsproducten in lucht.
  • Witte rook bestaat vooral uit waterdamp, zwarte rook vooral uit roet (materie).
  • De meeste doden bij branden vallen door de rook. Dat gebeurt vooral door verbranding van kunststoffen, waarbij verstikkende gassen vrijkomen.

Contacteer ons

  • Algemeen nummer: 015/ 280 280
  • Dringende interventie: 112
  • Fax: 015/ 21 97 90
  • brandweer Mechelen