Hoe het begon ...

De brandweerhervorming met horten en stoten

Op 30 juli 2004 vond in Gellingen een ontploffing plaats als gevolg van een gaslek. De tol was bijzonder zwaar: 123 gewonden en 24 doden, waaronder 5 brandweermannen.

Op de dag zelf en tijdens de dagen die volgde, beloofden politici die aanwezig waren op de site van de ramp dat er maatregelen zouden worden genomen om de veiligheid van brandweerlieden te verbeteren.

De hervorming van de civiele veiligheid, al zolang gevraagd door de brandweerfederaties, werd toegezegd.

Onder voorzitterschap van de Antwerpse gouverneur Camile paulus starttein september de begeleidingscommissievoor de civiele veiligheid, kortweg de commissie Paulus.

Het eindrapport van die commissie was klaar in 2006. Vanaf dan trad de wet der traagheid weer in voege.

Het duurde meer dan een jaar tot de conclusies van het eindrapport resulteerden in een wettelijk kader: de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid.

Pas in 2013 durfde de politiek het aan de personeelstatuten aan te pakken en een startdatum voorop te stellen voor de start van de definitieve brandweerhervorming in 2015.

Basisprincipes

Die het eindrapport van de commissie Paulus voorop stelden, vormden ook vandaag nog de kern van de hervorming: snelste adequate hulpverlening en schaalvergroting.

Snelste adequate hulp (SAH) bevat twee elementen. Snel betekent dat het korps (vandaag post) dat het snelst op de plaats van het onheil kan aanwezig zijn, wordt uitgestuurd.

Grenzen spelen hierbij geen enkele rol. Adequaat wil zeggen dat de uitgestuurde hulp moet bestaan uit een basiseenheid die in staat is de meeste incidenten (brandbestrijding, technische hulpverlening) op een veilige manier aan te pakken.

In de realiteit wil dit zeggen dat er een multifunctionele autopomp wordt uitgestuurd met een bemanning van 6 brandweermannen, waaronder een bevelvoerder (onderofficier).

Een tweede basisprincipe is dat elke burger recht heeft op gelijke bescherming tegen de dezelfde prijs. Mensen die dicht bij gevaarlijke infrastructuur of industrie wonen, mogen dus niet meer betalen voor de hulpverlening dan mensen uit landelijk gebied.

Als laatste de schaalvergroting. Een hekel punt! De gemeentelijke korpsen, moeten meer samenwerken en opgaan in een grotere organisatie.

Deze wordt losgekoppeld van de gemeentebesturen en gegroepeerd in in hulpverleningszones. 34 zijn er vandaag, naast de brandweer van het Brusselse Gewest.

Sluitstuk van de hervorming: de pompier zelf

De nieuwe wet op de civiele veiligheid van 2007 kwam er relatief snel. Maar voor de definitieve hervorming moesten we wachten tot 1 januari 2015. Waar liep het fout?

België telde 251 gemeentelijke brandweerdiensten. Elke gemeente had zijn eigen personeelsstatuut. Deze statuten op één lijn krijgen, zonder al te veel onrust en bijkomende kosten was de grote uitdaging.

Daarom ook dat dit dossier zo lang is blijven liggen. Het is dan ook de verdienste van Joëlle Milquet die het als minister van Binnenlandse Zaken heeft aangedurfd om de hervorming te finaliseren.

Haar voorgangers bakten er helemaal niets van: de eerste minister van Binnenlandse Zaken Guido De Padt werd al vlug opzij geschoven, zijn opvolger Patrik De Wael had geen enkele interesse in de brandweerhervorming. Daarna kwam Anemie Turtelboom die helemaal geen kennis had over dit dossier en van geen hout pijlen wist te maken.

Vanaf het moment dat Joëlle Milquet het dossier in handen nam, kwam er eindelijk schot in de zaak. Alleen de korte tijdspanne waarop dit moest gebeuren, speelde ons parten.

Het meest in het oog springend voor de gewone brandweerman, is natuurlijk de inschaling van de officieren met de absurde inflatie aan majoors en kolonels. Maar er zijn nog fundamentele kwesties: de forfaitaire operationaliteitspremie voor beroepspersoneel, zonder dat er voorwaarden aan kunnen gesteld worden, een compleet ander premiestelsel voor vrijwilligers en dus niet de langverwachtte integratie van de twee statuten.

Uidagingen en mogelijkheden

De brandweerhervorming biedt heel wat mogelijkheden. Op termijn moet de schaalvergroting leiden tot een efficiënter beheer van de mensen en middelen. Denk maar aan minder (maar nieuwer materieel, een betere inzet en spreiding van specialisaties, andere indeling van de posten.

Al moeten we beducht blijven voor het ontstaan van 34 nieuwe baroniën. Situaties waarbij elke zone met zijn eigen op maat gemaakte zonale autopomp in eigen zonale kledij de branden te lijf gaat, zou de hervorming geen goed doen.

Zones worstelen nog volop met de installatie van hun nieuwe organisatie. De kinderziektes hebben we nog niet helemaal gehad en veel moet nog op ons afkomen.

Diegene die denken of hopen dat we nu op een eindpunt gekomen zijn, ... vergissen zich helemaal. Het zal nog een hele tijd duren tot alles op wieltjes loopt.

Wist je dat ...

  • Civiele Veiligheid is een onderdeel van de FOD Binnenlandse Zaken
  • Burgemeester Bart Somers is voorzitter van de zoneraad Rivierenland.
  • Zone Rivierenland telt ongeveer 400.000 inwoners en beschermd negentien gemeenten.

Contacteer ons

  • Algemeen nummer: 015/ 280 280
  • Dringende interventie: 112
  • Fax: 015/ 21 97 90
  • brandweer Mechelen